donderdag 15 oktober 2009

Het hoofd van Jozef

Gisteren of eergisteren deed ik een lugubere ontdekking. Jozef lag onthoofd op de grond onder mijn nachttafel. Het moet de dag ervoor gebeurd zijn, toen ik dat snerpende geluid van mijn alarm wilde afleggen. Ik dacht dat het weer mijn lamp was die viel, nadat ik met mijn hand tegen een onbekend object had gestoten. Dat overkomt me wel geregeld als ik mijn alarm het zwijgen wil opleggen: klungelend op zoek naar dat kleine knopje op mijn wekker gooi ik mijn lamp omver. Dat is meestal geen ramp want die lamp heb ik ooit nog zelf gemaakt in de les technologie in het eerste middelbaar. Kostbaar is ze dus niet en door de tijd heen heeft ze aangetoond dat ze tegen een stootje kan.
Deze keer was mijn lamp blijven staan. Het slachtoffer was mijn Christus-beeldje, dat ik al heb sinds ik me kan herinneren. Het beeld toont Jozef en Maria, rechtstaand tegen elkaar, met in hun armen baby Jezus. Al die jaren hebben ze iedere nacht waakzaam op me toegekeken. Ze hebben me horen snurken en snotteren, zien huilen en rollebollen met mijn ex-vriendinnen (wat een privilege..), zonder ook maar één keer op de voorgrond te treden. Ze bleven altijd sereen op de achtergrond, passief aanwezig. Ze mengden zich nooit in mijn seksuele uitspattingen of zelfreflecterende mijmeringen. Tot nu.
Ik vond het beeld pas een dag later op de grond. Ik raapte het op in de veronderstelling dat ik geluk had gehad. Geluk dat het trio hun eerste optreden heelhuids had doorstaan. Tot ik merkte dat Jozef zijn hoofd was verloren. Hij stond er nog, Jozef, naast Maria, maar zonder kop. Het was geen zicht. De brokken vallen nog te lijmen, vermoed ik. Niemand zal het zien of merken. Ook toekomstige vriendinnen niet. Toch, sinds ik weet dat zijn hoofd nu een stuk op zich is, voel ik me kwetsbaarder dan ooit. Vreemd.

0 reacties:

Een reactie plaatsen