vrijdag 16 oktober 2009

Wallen onder de ogen, schaamrood op de wangen

Het was vannacht drie uur, toen ik de geheime cijfercode van de garage indrukte en mijn ouderlijk huis binnenstapte. Twee uur later dan voorzien, want ik had me voorgenomen om rond 1 uur huiswaarts te keren van Den Berg, een straat met een vijftal studentencafés naast elkaar. Drie uur was twee uur te laat. En dat voel je 's morgens, als je om 7 uur moet opstaan om de laatste werkdag te overleven.
Ik kan niet goed tegen weinig slaap. Je hebt mensen die met 6 uren genoeg hebben, of mensen die uitgaan, 4 uren slapen en de dag volledig fris doorkomen. Zo ben ik niet, ik benijd de mensen die het wel kunnen. Als ik minder dan 8 uren slaap, ben ik zeker moe, als ik maar 4 uren slaap, ben ik een wrak. Een wrak zo groot als dat van de Titanic. De eerste uren overleef ik meestal wel, maar dan krijg ik die onoverkomelijke slag van de hamer. Dan zak ik steeds dieper weg op mijn stoel en worden mijn oogleden loodzwaar. Vermoeidheid is een stille moordenaar. Ze ontneemt al mijn creativiteit, denkvermogen en medeleven.
Niettemin waren die twee uren die ik langer ben gebleven het waard om vandaag de dag door te brengen als een zombie met lichtbauwe wallen onder de ogen. Je leeft maar één keer en wie zei ook alweer dat je genoeg tijd hebt om te slapen als je dood bent?
Na het werk ben ik naar het immobiliënkantoor gereden. Ik had er afgesproken met Elise om ons appartement definitief op te zeggen. We woonden er nog geen maand. We hadden nog geen instuif gegeven, laat staan de kaders en de spiegels opgehangen. Daar stonden we weer, met een beetje het schaamrood op de wangen (ik althans, want in haar ogen ben ik de schuldige) dat alles nu al voorbij was, dat het een flauwe grap was, een domme beslissing van twee onvolwassen mensen. Zij wilde er wel nog wonen, zij wilde het nog eens opnieuw proberen. Maar ik heb er genoeg van. De laatste hoogoplopende ruzie was er te veel aan geweest, dat was niet het leven dat ik voor ogen had. Ze kon het maar moeilijk accepteren.
Ik stapte als eerste het immobiliënkantoor binnen. Ik zei de zinnetjes die ik in mijn hoofd al een paar keer had gezegd: "We hebben eigenlijk slecht nieuws. Door een paar persoonlijke omstandigheden willen we het appartement al verlaten. Is dat mogelijk?". De vrouw aan de andere kant van het bureau handelde het zakelijk af. Een kleine 10 minuten later waren we al buiten. Elise begon te wenen. Ze begreep het niet, hoe het definitief voorbij kon zijn.
Ik volg gewoon eens mijn verstand in plaats van mijn hart. Het zou toch niets worden tussen ons. Ik zie haar graag, maar als je gemiddeld om de twee dagen ruzie en miserie hebt, dan moet je conclusies durven nemen. We hebben het soort relatie waarin maar 1 persoon gelukkig kan zijn. Zij ziet het anders. Ik zie het zo. Ik wil geen man worden die zijn vrouw verlaat nadat hij getrouwd is en kinderen heeft en dan pas beseft dat dit eigenlijk niet het leven is dat hij wil. Ik wil geen zo'n klootzak zijn.

2 reacties:

  1. Hoe lang waren jullie samen? Want 1 maandje samenwonen is echt wel kort.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Twee en een half jaar. Het is inderdaad belachelijk kort. Maar als de ruzies dermate escaleren dat het onleefbaar wordt, dan is het best van er korte metten mee te maken...

    BeantwoordenVerwijderen